Kosten

 Contact

 Home 

De omgangsregeling

Ouders hebben in beginsel recht op omgang met hun kinderen. Hierbij is niet van belang of de ouder die omgang wenst het gezag over het kind heeft. Indien een kind is erkend of het ouderschap gerechtelijk is vastgesteld, dan bestaat het recht op omgang.

Zelfs met een niet erkend biologisch kind bestaat recht op omgang wanneer een band aangetoond kan worden die kan worden aangemerkt als gezinsleven.

De rechter kan omgang slechts ontzeggen indien dit: a) ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, b) de omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind, of c) de ouder ongeschikt of niet in staat moet worden geacht tot omgang.

Als het kind twaalf jaar of ouder is en ernstige bezwaren heeft tegen de omgangsregeling, dan zal deze niet tot stand komen.

 

 

Beide ouders kunnen de rechter (middels een advocaat) om omgang verzoeken.

In geval van echtscheiding wordt er doorgaans een regeling bepaald die inhoudt dat de ouder bij wie het kind niet zijn verblijfplaats heeft het kind één weekeinde per veertien dagen en de helft van de schoolvakanties bij zich mag hebben.

Indien de regeling niet wordt nagekomen, dan kan de rechter onder andere verzocht worden afgifte van het kind af te dwingen met de sterke arm (de politie), een dwangsom, of gijzeling van de ouder die het kind niet wil afgeven.

Bij ouders die een kind lange tijd niet gezien hebben wordt over het algemeen de omgang langzaam opgebouwd, eventueel onder professionele begeleiding.

Bij uithuisplaatsing kan het ook nodig zijn om een omgangsregeling te verzoeken.

HomeDownload het procesreglement